|
Geschiedenis - Het oranjepoortje
Het bestond uit een buitenpoort en een binnenpoort die beide van deuren voorzien waren. Daartussen liep een overwelfde gang. In 1785 werd het als volgt beschreven :
"Deeze kerk…… heeft zes byzondere ingangen, als een ten Oosten, door een portaal, in den jaare 1663, gemaakt en van buiten versierd met een hardsteenen poort naar de samengestelde bouworde, zynde van boven gedekt met een half rond frontispice, waarvan het fronton in ’t midden versierd is met het Stads Wapen, hebbende aan de rechter zyde een Pellikaan, voedende zyne jongen in het nest, en aan de linker zyde een opgeslagen boek en een liggende zandlooper: dit portaal is gedekt door een vierkantige oploopende leyen spits, op welker punt staat een Oranje boom met gouden appelen en eenige vogelen in deszelfs takken….."
In 1842 wordt de kerk rigoureus verbouwd. Ook het Oranjepoortje ontsnapte hier niet aan. Bij deze verbouwing zijn ook de binnendeuren van het poortje verwijderd. De ruimte tussen binnen- en buitenpoort werd hersteld.
De binnenpoort bezit nog wel een half rond frontespice met daarin een in 1948 teruggevonden tekst uit Psalm 100 vers 3. Deze luidt:
"Wilt tot synen tempel ingaen
doet van lof en danck oock vermaen
in syn schoone voorhooven soet
en pryst daar synen name goet"
|